Ansel VS211 Uživatelský manuál Strana 93

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 321
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 92
92
En haer woorden houden maet,
En men kan in Ezels wercken
Sulcken plompheyt niet vermercken,
Als in dese ses haer doen,
Diemen menschen sou vermoen.
Want het beest, recht beest geschapen,
Is gemaeckt, nu om te slapen,
Dan te wercken na den eysch,
Anders krijght hy harde spijs.
Maer mijn Plompaerts moet ick voeren
1)
,
Maer mijn luyaerts wercken niet,
Als aen 't geen mijn schade biet,
En sy willen echter hebben
Suyver stroy en volle krebben,
Ja in sulcken overvloet,
Dat mijn blaes weer roocken moet
2)
,
Die ick uyt de Schoorsteen haelde,
Want ick dacht niet, dat ick dwaelde,
Maer ick meende, heel verblijt,
Hem te proppen metter tijt
En met duyten vol te garen,
Die ick nou begost te sparen
En mijn jonckheyt vaeck ontnam,
Of de oude dagh eens quam,
Die so menigh na laet jancken,
Alsser niet en is te bancken.
Luye Ezels, waer je 't vroe
Hoe een out man is te moe,
Die wat leckers heeft te smullen,
'k Meen niet, dat je soo sout pullen
En de Pachters loopen aen,
Die Zach'rias heten gaen,
Sonder eenich cijns te langen,
Want je maeckten t'haer soo bange,
Alsje lickte met malkaer
Vaetjen voor, en vaetjen naer,
1) Hier zijn vijf onkiesche versregels, die niets tot de zaak afdoen, weggelaten.
2) De blaas, waar ik mijn spaarduiten in bewaar.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Zobrazit stránku 92
1 2 ... 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 ... 320 321

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře