279
door persoonlike aanraking of door geschriften Duitse invloed onderging. Daaruit
zou ook het voorkomen van een woord als
sweenre
te verklaren zijn.
SEENTEN (blz. 155). Het
Mnl. Wdb.
i.v.
seenden
vermeldt een plaats uit Ruusbroec,
die men ter opheldering kan raadplegen.
CEYSENEREN (blz. 155), afleiding van
ceysenaer
= cijnsenaer. Vgl.
assisenere
,
waarvan het Mnl. Wdb. één plaats vermeldt, en dat Kiliaan kent als
assysener.
SWEENRE (blz. 256). Het Mnl. Wdb. (VII, 2525) vermeldt
swene
, zonder bewijsplaats
uit het Mnl., als ‘slechts in het Nederrijnsch’ voorkomende. De
Teuthonista
heeft nl.
swene
,
verkensherdde
; het Mnd. kent ook
swêner
, waarin de betekenis
‘zwijnenhoeder’ zich door zogenaamde volksetymologie ontwikkeld heeft uit de
oudere ‘jonge man, boerenknecht’ (ags.
swān
, eng.
swain
). Eigenaardig is nu, dat
dit Nederrijnse woord bij Jan van Leeuwen voor den dag komt in de vorm
sweenre.
WEDERKERF (blz. 270): ‘Goeden coep willen sijt hebben, ende goeden coep oft om
een cleyn ghewyn laten sijt varen. Dats die weder kerf van dien lieden.’ Verdam,
die dit woord tot nu toe niet optekende, veronderstelt dat de betekenis is: tegenkerf,
de kerf die met de kerf op de kerfstok van een ander moet overeenkomen.
WERBALLEN. Als naam van een spel komt dit woord voor bij de behandeling van de
vierte-brekers. Het
Mnl. Handwoordenboek
geeft als betekenis van
werreballen
alleen: sollen met iemand.
Uit deze teksten tekenden wij nog de volgende uitdrukkingen aan: iemand iets
waenwijs waer maken
(blz. 175) met de betekenis: iemand misleiden. Verdam heeft
indertijd gewezen op de eigenaardige uitdrukking
den waenicwaers maken
(
Tijdschr.
IX, 295), ontstaan uit
waers wanen
(vgl.
Tijdschr.
XIV, 36, 68).
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentáře k této Příručce