111
kroniek van
Beka
1)
, de
Annales Tielenses
2)
en het
Chronicon Tielense
3)
, die nauw
met elkaar samenhangen
4)
. Op Beka, maar vooral op een nog onuitgegeven
bewerking van diens kroniek
5)
, steunt de
Clerc uten laghen landen
6)
. Uit later tijd is
het op zelfstandig onderzoek berustende werk van
Heda
7)
.
I. Nibelungen.
Müllenhoff
8)
heeft aangetoond, dat
Nibulunc
in de 8
ste
en 9
de
eeuw meermalen in
Duitsland als persoonsnaam voorkomt, zelden echter in de 10
de
en 11
de
, vaker weer
sedert de 12
de
eeuw, en zijn betoog, dat de naam uit de sage moet stammen, daar
geen vader anders zijn kind een naam van dergelike betekenis zou geven, mag m.i.
nog altijd als juist gelden. Daar ten onzent niet vaststaat, of men hier
Nibelungen-liederen gekend heeft, vóór de gehele of gedeeltelike vertaling in de
13
de
eeuw tot stand kwam
9)
, is het van belang te konstateren, dat reeds in de eerste
helft der 10
de
eeuw een vóór 943 overleden graaf
Nevelongus
,
Nevelungus
wordt
vermeld.
In de krypt der - verdwenen - St. Salvatorskerk (Oud-
1) Uitgeg. door A. Buchelius, Ultraiecti 1643. Hierbij de hier en daar uitgebreide vertaling, de
zgn.
Hollandse Beka
, uitgeg. door Matthaeus, Veteris aevi Analecta (Editio secunda, 1738)
III 1 vlg.
2) Uitgeg. door Waitz M.G. SS. 24, 21-27.
3) Uitgeg. door J.D.v. Leeuwen, Trajecti ad Rhenum 1789.
4) Gewoonlik worden de Annales en het Chronicon, wat de hoofdzaken betreft, als excerpten
uit Beka beschouwd. Anders Coster, De kroniek van Johannes de Beka (Proefschrift, Utrecht
1914), die omgekeerd aanneemt, dat de oudere delen van Ann. en Chron. door Beka zelf
geschreven zijn. - Gaarne zeg ik hier Dr. Coster dank voor enkele, mij schriftelik verstrekte
inlichtingen over Beka.
5) Zie Coster t.a. p. 293.
6)
Uitgeg. door B.J.L. de Geer van Jutphaas (= Werken v.h. Hist. Gen. Nieuwe Reeks n
o
. 6).
7) Historia episcoporum Ultraiectensium, auctore Wilhelmo Heda; in één band met Beka (zie
boven) uitgegeven.
8) Zeugnisse und Excurse zur deutschen Heldensage 10, 2 (HZ. 12, 289 vlg.). Verdere literatuur
bij Symons Grundriss III
2
656.
9) Zie Kalff, Geschiedenis der Ned. Letterkunde I, 45 vlg.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentáře k této Příručce