Ansel VS211 Uživatelský manuál Strana 229

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 321
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 228
228
stel; wellicht oorspr. ‘waar men in kijkt,’ met min of meer pass. opvatting van -
er
als
in ndl.
doorrooker
,
poter
e.a., waaronder
kiker
(
kijn
) in Mnl. Hwb. - Evenals
leges
,
leget
bij
ligghen
moest
kekes
,
keket
bij
kicken
ontstaan, en daar de 3
e
ps. s. veel
voorkomt, kon zich licht mnl. (mnd.)
keken
ontwikkelen. Mnd. *
keken
(in 't Mnd. Wb.
opgenomen op grond van Kil.
keken
en van Brem. Ns. Wb.
kekelen
) wordt intusschen
met
keke
,
kake
in verband gebracht; z. ook in laatstgenoemd Wb.
kekel
,
käkel.
Mnl.
kekeren
‘stotteren, hakkelen’ staat tot *
keken
als *
stotteren
, mnd.
stôteren
, tot
stooten
; de primitiva hebben gelijke bet., daar ‘plotseling er op afkomen’ gemakkelijk
‘stooten’ wordt (vgl. bov.
to kick
). In hoever
keken
bij Kil. dit *
keken
is, of wel onomtp.
als
kakelen
,
kèkelen
(en ten deele
kekelen
?), is moeilijk te zeggen (gron.
kekeln
echter nooit van hoenders). Daar hd.
kicken
voorkomt in den zin van ons ‘kikken’
(en ‘kijken’; z. bov.), maar ook als ‘stamelen, stotteren’, bestaat er aanleiding om
kikken
te verklaren als ‘[een geluid] uitstooten’; en waar het D. Wb. zegt: ‘das westf.
kicken vorhin auch hauchen’, daar is dit op te vatten als ‘[den adem] uitstooten’.
Ook Kil.
kekeren
‘cachinnari, immoderate ridere’ behoeft volstrekt geen
klanknabootsing te zijn, daar immers dat geluid in stooteu voor den dag komt; het
kan echter evengoed een zijn als vermoedelijk hd.
kichern
e.a. (Ohd.
kichazzen
‘lachen’ zou trouwens van *
kichen
kunnen gevormd zijn onder invloed van het syn.
kachazzen
= ags.
ceahhettan
; vgl. limb.
kichele
(
n
) ‘aanhoudend lachen’ Onze
Volkstaal 2, 221). Hetzelfde geldt van mnl.
kikelen
‘gichelen’. - Ook Wangeroog
kîk.
[Een dgl. verband bestaat tusschen mnl. zw.
prigen
‘zich beijveren, zijn best doen’,
ook ‘omhoog streven, de hoogte in willen’; ‘zich schrap zetten of verzetten tegen,
(streven tegen) tegenstreven’, ook met wapenen, zw.
priën
‘belust zijn op, streven
naar’, vooral uit afgunst naar hetgeen een ander heeft,
prijch
m. ‘strijdlust, strijd;
krijgsroem, roem’, eens
prië
f. (dat wel geen bedorven lezing zal zijn) ‘strijdlust’ - en
eng.
to pry
, 14-16 E
prien
‘to look, esp. to look closely or curiously; to peep or peer,
to look narrowly; to peer inquisitively or imper-
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Zobrazit stránku 228
1 2 ... 224 225 226 227 228 229 230 231 232 233 234 ... 320 321

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře