Ansel VS211 Uživatelský manuál Strana 196

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 321
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 195
195
den voorganger. Eene vergelijking van Feith met zijne vreemde voorbeelden zou
tot hetzelfde resultaat leiden. Daardoor zijn de Hollandsche romanfiguren van die
dagen - uitgezonderd natuurlijk die van Wolff en Deken - zooveel minder belangrijk.
Ook in andere opzichten sluit Post zich in het algemeen bij Hirschfeld aan. Naast
de vreugde van het buitenleven staat de rust. Hirschfeld wijdt er zijn zevende vertoog
aan: ieder mensch kan op het land verkwikking vinden, wanneer hij van de
vermoeienissen des levens wil uitrusten. ‘Und wenn Neid und Ungerechtigkeit uns
unsre Vergnügungen stören, wer wil uns die rauben, die uns das stille Landleben
schenkt? Hier sind unsre Freuden sicher, und haben keinen Unbestand zu fürchten’.
Zoo komt het, dat het buitenleven den mensch tot studie en kunstzin opwekt; elders
heeft hij daartoe niet altijd de gelegenheid. In n
o
. 11 wijst Hirschfeld erop, hoe
Pythagoras bij voorkeur op het land vertoefde, evenals zoovele groote denkers na
hem. Zoo zijn wij, zegt hij, ten slotte allen en ieder mensch geniet van een dichter
het meest, wanneer hij in de landelijke stilte leeft, en Hirschfeld stelt zich zijne lezers
het liefst voor onder de schaduw der boomen, aan den oever van eene koele beek,
onder het groene looverdak van een priëel of in de geuren eener orangerie. Zoo zit
ook Post, blijkens br. 4, in haar vertrek, waar ‘verscheiden potten met oranje- en
lauwrierboomen of met lavendelplantjes hunnen aangenamen geur’ verspreiden.
Zoo zit zij daar met de lectuur van ‘den braven vader Sluiter’, terwijl zij verder het
Woord Gods, de historie, en de natuurkunde bestudeert, of Kleist en Cronegk leest
(br. 23). In onze beste oogenblikken, zegt Hirschfeld, worden wij op het land zelf tot
dichters. Evenzoo verklaart bij Post Emilia van zichzelve, wanneer zij op een
herfstnamiddag in haar geliefd boschhoekje zit: ‘Mijn lang sluimerende dichtgeest
werd vaardig; ik wilde mijne gevoelens uitdrukken en maakte een herfstlied, doch
het is niet half de taal van mijn hart’ (br. 50). Dank zij het genot van rust en lectuur
in de vrije natuur kunnen ook de deugden van den mensch zich edeler ontwik-
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Zobrazit stránku 195
1 2 ... 191 192 193 194 195 196 197 198 199 200 201 ... 320 321

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře