285
Bat. Arc. ed. 1729, p. 43, 65, 68) zal licht anders dan oorspr. zijn opgevat sedert
kol
‘striga’ beteekende; daarnaast echter nog
kolrijster
(ib. 74).
KOON. On.
kaun
ook reeds ‘wang’. Uit het voorkomen in het Zaansch en sa. oostfri.
zou men misschien besluiten dat het holl. woord bepaaldelijk noordh. was; men
hoort het evenwel ook op IJselmonde (zegt mij een Barendrechter). Leiden
een
dikke koon
‘een (ziekelijk, pijnlijk) gezwollen wang, een “dikke wang”’ (mededeeling
van Dr. A. Beets).
KRAAG. Reeds meng. 14
e
E
crawe
, daarnaast 15
e
craw
, 16
e
crage
; < ags. *
craga
of < later on.
krage
(de.
krave
). Molema
kroagbonk
‘sleutelbeen’.
KRAAN. Het ags. heeft
cornoc
naast
cranoc.
On.
trane
m. ouder dan
trana
f.
Dial. KRANG (z. Nl. Wb.) schijnt een oorspr.
i
- of
u
- st.; Bergsma heeft, naast
krang
(
e
) (Hooghalen, Hoogeveen, Ruinen, Meppel),
krenge
(Dwingeloo, Havelte,
Smilde).
KRAT. Vgl., behalve Ts. 28, 227, Gallée (Driem. Bl. 4, 31)
krat
n. ‘het bret achter
op den boerenwagen, ook een vlechtwerk om iets af te sluiten.’
KRIBBEN. Nwfri.
kribje
‘kribben’,
krib
‘kribbekat, kribbige vrouw of maagd’;
kribelje
‘krevelen, jeuken, kittelen’, ‘kriebelen, slecht schrijven’ (vgl. voor deze bet. Nl. Wb.
kribbelen
en
krabbelen
). - Vóór Fr.-V.W.'s opvatting van
kreauwe
als jonger dan
kreauwelje
pleit o.a.
knikke
‘knikkeren’.
KRIEKEN. Men mag, zooals o.a. Franck doet, uitgaan van de bet. ‘een krakend
geluid geven’ (klanknabootsend); dan werd vermoedelijk door
krieken
naast
kraken
uitgelokt dat
grieken
naast
graken
kwam. Vgl. nog Das Getöse des Sonnenaufgangs,
Anzfda. 35, 298.
KRIJGEN. Met gramm. W. ozwe.
krīa
‘sich bemühen, krieg führen’
1)
.
1) Doordat deze aant. op den wensch der Redactie eenigszins anders zijn ingericht dan
aanvankelijk, is het woord ter inleiding vervallen; daarom wil ik hier aanstippen dat deze en
sommige andere opmerkingen natuurlijk geen aanspraak maken op oorspronkelijkheid, maar
dat ik meermalen op iets wijs alleen opdat het te onzent de aandacht niet misschien zou
ontgaan.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentáře k této Příručce