Ansel VS211 Uživatelský manuál Strana 1

Procházejte online nebo si stáhněte Uživatelský manuál pro ne Ansel VS211. Tijdschrift voor Nederlandse Taal Uživatelská příručka

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 321
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků

Shrnutí obsahu

Strany 1 - Letterkunde. Jaargang 34

Tijdschrift voor Nederlandse Taal- enLetterkunde. Jaargang 34bronTijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34. E.J. Brill, Leiden 19

Strany 2 - Etymologische aanteekeningen

9moud, westgron.ienmoed.Het parallelisme vaneigenpessichenênpassich,eynpassich,einpessichverdient te meer de aandacht omdat een ander in dezelfdericht

Strany 3 - ULDERBAST

99ook de hand gehad in den bouw van het nieuwe Meisjes-Weeshuis in 16341). Hijwoonde in de St. Luciesteeg2), dus dicht bij het Weeshuis. Den 6denApril

Strany 4

100Dat1)hy Vaer van 't broot-huys is,En hy kan haer schier of margen,Als s'hem om een lootjen vargen,Wel een vrientschap doen, soo 'k m

Strany 5 - DOEN. Met mnl. ouder nnl

101Van de zes regenten uit het jaar 1638-1639 zijn er twee besproken, Jacob Bas enFloris Soop; zoo dadelijk zal David Sens door zijn voornaam worden a

Strany 6

102hij dus eene der vele bedieningen, die aan de Diaconie annex waren, als boekhouder,scriba, enz.1). Het brood, dat de Diaconie in haar eigen bakkeri

Strany 7 - OOS. Met afl. uit

103selaer was van 1638 tot 1641, 1654 tot 1672, in 1678 en 1680 hoofd van denSchouwburg; hij was bevriend met zijn collega Jan Vos en werd dikwijls ve

Strany 8

104Maen’ een tijd lang in de doos heeft gezeten, maar in 1639 weer vrij was1).‘Kom jy binnen, sonder blyven;Ick en wil op jou niet kyven,David buyr, j

Strany 9

105dolle huwelijk van Messalina, de vrouw van Keizer Claudius, met haren gunstelingSilius tot onderwerp; de rollen waren al uitgedeeld, maar bij de ee

Strany 10

106Natuurlijk wordt de geest van Tengnagel door de andere geesten in hun middentoegelaten.Nieuws op letterkundig gebied brengtD'onbekende voerman

Strany 11 - LEEMEN. Wegens

107Uit middeleeuwse kronieken.Dat in de oude Nederlandse kronieken, zij mogen in 't Latijn of in de landstaalgeschreven zijn, allerlei volksverha

Strany 12 - LESCH. Hier is de

108ònze aandacht zullen trekken. En ten derde gebeurt het, dat historiese personende dragers van aan de heldensage ontleende namen zijn of dat plaatsn

Strany 13

10genus aan een homoniem. Procope dernook in N.-Brab.: Zeeland, Uden (OnzeVolkstaal I)erf(t) m. ‘opperhuid, nerf, ook het bovenste, de zode, van weila

Strany 14 - AT. Nwfri

109gezien. Maar bij Beka1)is verband gelegd tussen het bouwen van de kerk en demoord: de slijkige bodem liet niet het leggen van stevige fondamenten t

Strany 15 - EUL. On

110Wat hier volgt, berust in hoofdzaak op twee minder belangrijke1)groepenvan bronnen, n.l. de oudereEgmondseenUtrechtsegeschiedschrijvers, die nog te

Strany 16 - GLEI. Zaansch

111kroniek vanBeka1), deAnnales Tielenses2)en hetChronicon Tielense3), die nauwmet elkaar samenhangen4). Op Beka, maar vooral op een nog onuitgegevenb

Strany 17 - GOYTEN. Voor

112munster) te Utrecht was n.l. eertijds een grafschrift op zekere graaf Ricfridus en zijnvrouw Hernisinda, ouders van Balderik (bisschop van Utrecht

Strany 18 - OOR. Gallée heeft, met de uit

113geeft. Mede met het oog op de begraafplaats zou men willen aannemen, dat heteen Nederlands edelman geldt; toch is dan de vorm opvallend: men zou ee

Strany 19

114‘ad instanciam comitisHaganonis, qui inZanctistraxit moram’. Uitvoeriger echterhet Chronicon Tielense1):‘Theodericus primus comes Hollandie habuit

Strany 20

115‘... venimus ad Thilam,1)quod est castrum valde bonum cuiusdam nobilis.Iuxta illud situs est quidam mons satis amenus, quemmontem de aventurisappel

Strany 21

116ook in een ‘liber Gallicus’ gevonden worden, ‘cui tit. la Salade, de monte Sibyllae inApulia’, maar, voegt hij er minachtend aan toe, ‘relationem n

Strany 22 - UI. Voor de

117lichen Charakter aufzugeben, zu einem Symbol des christlichen Glaubens’1).2.Waelwiin en Lantsloet.Zoals prof. Muller (Tijdschr. 30,75 n. 1) aantoon

Strany 23 - UNKEREN. Vgl. nwfri

118Het feit, dat in een verhaal van ± 1200Waluinusreeds een hoofdpersoon was, isniet zonder belang; het wijst er op, dat reeds in de twede helft der t

Strany 24 - Geusevesper

11FLESCH. Hier is deeniet, zooals ineschenesp, tevens hd. Wellichteenabeide =rom.a, waarbij deete beoordeelen is als inketsennaast (kaatsenen) mnd. md

Strany 25

119Bedoeld is de vijfde fabel1)van Avianus ‘De asino pelle leonis induta’, waaruit dedoor de kroniekschrijver vermelde versregel letterlik is aangehaa

Strany 26 - Roomsche geus

120Quorum audacie, virtuti seu prudentie quia dictus Johannes compararisufficit, supra tangens audaciam non defecit. Quis enim istorum, ut persingulos

Strany 27

121VI. Een nuwe cluyt van een ridder.De kroniek van de Clerc is bewaard in twee handschriften, waarvan A het oudste(2dehelft 15deeeuw) en beste, B het

Strany 28 - Geuse Vesper

122[Kleine mededeelingen]52. To bliktri.De raadselachtige termbliktriuitSara Burgerhart, door de Heeren Prick van Welyen Bergé tegelijk met de vormenb

Strany 29

123Fragmenten uit Jan van Leeuwen's werken.‘Die goede coc’ van Groenendale heeft een voorlopige plaats gekregen in degeschiedenis van onze letter

Strany 30

124in druk te doen verschijnen, om daardoor een speciaal onderzoek van de beidelijvige handschriften uit te lokken. Het komt mij namelik voor, dat een

Strany 31 - Geusenvesper

125waarvan een kritiese tekst op grond van twee of meer handschriften groter waarborgvan betrouwbaarheid geeft. Voor deze ‘rolie’ kunnen we beschikken

Strany 32 - J.W. MULLER

1262oCap. XVII van het traktaatVan den ondersceyt tusschen natuerleke endeovernatuerleke gheboerte(Hs. 667, fol. 160d), getiteld: ‘Van brueder Jans de

Strany 33 - Sinterklaas

127de faute comt daer principellijc alle eendrachticheit der caritaten met vergheet endevergaen es in religiën, ende waer af dat bina alle dordene te

Strany 34 - betrekking hebbende op

128titeld: ‘Ondersceet tusschen kinnesse ende minne, die hebben de groote clerkesonder leven ende goede menschen sonder hoghe verstaen, ende van dolin

Strany 35 - J. VERCOULLIE

12flei‘vleierij’, en daar verder oostfri.-gron.flîmstrîken(z. bov.fleemen) ook zulk eenkoppeling is, zoo dringt zich de gedachte op datflikflôienin NW

Strany 36 - Middelnederlandschen Ferguut

129Die rolie van der Woedegher minnen.[Prologus]*+fol. 11vDese lere salschinen ludende vandersotter minnen, maer ic[3]+[4] segge u, wiese te rechte ve

Strany 37

130*[1] [Hier beghint die rolie van der wallende,woedegher,hertelike[2] berrende minne te Gode wert]1).[3] Nu hoert, want ic soude u geerne vraghen en

Strany 38

131*[1] want die minne en1)acht mijns niet een twynt. Sy ghelaet[2] haer dicwile of sijs niet en verstonde, of dat si ware blint. Sy[3] laet mi oec di

Strany 39 - Eode scealc monig

132*[1] bin mijns selfs orconscape u selven also te gronde ente niete[2] ghestorven, dat ic u hoechste houlde hebbe verworven.[3] Ja wattan, het es1)u

Strany 40

133*[1] Minne, dits herde neder ende oec herde oetmoedelijc ge-[2] sproeken. Nochtan hebdy dit mi selven na mijn gevoelen dicwile[3] te broeken.[4] Se

Strany 41 - A. Zinnen met aanloop

134*[1] Lieve minne, is dit seker waer1), die ghene die in sueten[2] noch in sueren niet en connen verkiesen, dese en mogen emmer[3] niet verliesen?[4

Strany 42

135*[1] niet, salic iet vermoghen, dat moet mi to male comen van uwen[2] ghaven. Ende daer omme maghic voert1)wel over mi selven[3] claghen.[4] Nu ant

Strany 43 - /Sinen groten scilt nam hi/

136*[1] meer ontsculdichghen noch ontdraghen, maar ic wille Gode[2] nacht ende dach mine sonden claghen.[3] Nu antwert de minne te desen kere: En vers

Strany 44 - 1) Vgl. blz. 52, 55, 63

137*[1] dat hy altoes heeft van binnen vrede. Ende hi ghedoecht, hi[2] gheswicht1)van binnen, sonder alle murmuracie, al stille. Ende[3] daer omme doe

Strany 45 - 986b

138*+fol. 16[1] moedicheit es hem dicke bi ende bereet. Die mensche es+[2] te verre ut ghegaen, suoect hy des sijns in eneghen saken,[3] also dat hi n

Strany 46 - 1) Vgl. blz. 52

13te stellen, maar een bezwaar is, niet alleen dat het heen en weer kaatsen derwoorden een vreemden indruk maakt, maar ook dat fri. woorden ontleend a

Strany 47 - Rhythmische kenmerken

139*[1] oetmoedich is, hi mach hem wel verbliden ende verhoghen,[2] want oetmoedicheit es coninghinne van allen doechden. Die[3] oetmoedeghe ende die

Strany 48

140*[1] des echter niet ghestaden, maer si wilt wandelen in men-[2] nechvoldeghen doechsamen paden. Dese menechvoldicheit der[3] doecht en heeft der m

Strany 49

141+fol. 65cderden hemel ghetrocken wert ende verhaven boven hem selven,+ya ende oecboven alle hemele ende boven die IX choren der inghelen was sinte

Strany 50 - S. en V

142in leeringhen noch oec in gheesteliken orborlijken leven, ya [ende]1)die daer toealsoe sere begheert salicheit der menschen als Paulus dede. Want i

Strany 51

143crucen, siet daer in hopic nacht ende dach, ya in dat heyleghe werc der verdientenons heren Ihesu Cristi. Mer daermen van allen dinghen gheswighen

Strany 52

144werken en can, siet, dien mensche en es seker inder waerheit niet recht, ende icen gheloeve oec niet dat hi ye enich werc wrachte, ya dat eyghelijc

Strany 53 - Op dórs hijt leìde

145tughe des heylichs gheests, dat ic in al mijnre leringhe anders niet en hebbe ghesochtnoch oec noch en doe, dan puerlijc dere ende den lof Gods, en

Strany 54 - 1) Vg. Uitg. Ferguut blz. 15

146sprack]1)ende seyde, ende namaels ter andere stat wederseyde. Ende dat dede icom selker verkeerder menschen dolinghen2)wille. Ende hier omme soe se

Strany 55

147Want de heyleghe gheest es minne der godheit, maer de vader ghebaert ons sineneeneghen sone, dat eweghe woert.Sinte Iohannes ewangeliste sprect:End

Strany 56

148van sommeghen personen tonrechte begrepen, oft wel qualijc verstaen, ya insommeghen steden, daer ic sprac ghelikerwijs dat ic noch spreken ende ver

Strany 57

14de volgende in Groningen voorkomende vormen, waarover nader handelt J.A. Feithin Gron. Volksalmanak voor 1892 p. 43, 46, 55:Gad(1329) =Gate(1342) =d

Strany 58 - Rhythmische verschijnselen:

149Kleine mededeelingen.53. Naar aanleiding van 't Poolsche woordlegart.Het Poolsch bezit een woordlegart, luiaard. In 'tEtymol. Wörterb. de

Strany 59 - Nom. S. 37

150lênŭ, enz. oneens is. In hetzelfde geval verkeer ik ten opzichte van Litauschliáuju,liáunu, ophouden, met iets uitscheiden.Al draagt het Poolsche w

Strany 60

15155.Moortjevs. 2292. (Terentius'Eunuchusvs. 184).K.Dat ghy de plaatsen schuwt daer de slaghen vallen.R.So deed' Pyrrhus, en so doen de Kon

Strany 61 - Pron. S. 20

152Dat een generaal zich niet roekeloos vooraan in den strijd waagt, is een zaak vanpassend beleid; toch laat 't zich wel denken - vooral in vroe

Strany 62 - Pron. S. 18

153Fragmenten uit Jan van Leeuwen's werken.II.1)+fol. 13b+fol. 13c+Vanden anderen ghebode,ende hoemen sweren mach sonder+sonde,ende vander ghieri

Strany 63

154die ghene die nu werlijc heerscap ende gheestelijc heerscapiën besete[n] hebben+fol. 14aboven tghemeyne volc, ende daer in niet wettich+noch gherec

Strany 64

155iaghen. Men seet dat die lants here rechten, ende dat die bisscope ende tgheestelijcvolc die leke liede van harer ongherechticheit ende van haren s

Strany 65

156dats die sake ende die waer omme, dat die meyers ende dese landekene danneliede alsoe ontfermelijc pluecken ende roeven: dat es al om tghelt. Want

Strany 66

157screef MCCCLVIII die bisscope ende die landekene, ende die ghene die dwerlijcheerscap, ende oec gheestelijc heerscap besittende1), luttel anders ni

Strany 67

158schen salicheit meinden ende sochten, ende datse eertsscher dinghen noch desghelts niet en roecten, ende datse daer na leyden al haer laghen ende a

Strany 68

15kanten’, vw. nijsl. ‘door een diepte stroomend water’:geilf. ‘klove of heg met hoogtenaan weerskanten’ zou bij de bet. passen; mnd.gole,gölef.goelm.

Strany 69

159ghebringhen, die hen daghelijcs gheneren moeten. Ende aldus en can ic niets nietghemerken dat menre van boven tot beneden anders yet dicwile in sue

Strany 70 - DE SAPPETAU

160Selden comense int ghemeyne, want daer heeft elc sijn eyghen proper allene1).Vanden prelaten maghic u callen, want is duncken mij donghemeynste van

Strany 71 - (Mnl. Wdb.)

161doerdene alre meest bi gheschint. Nu voerts vanden middelsten heren, die scloestersambacht onghetrouwelijc hanteren: prioere, proefste, scriveren,

Strany 72 - 42. Blankofficier

162liken state boven dan onder, oft here dan knecht, oft een overste vrouwe dan deerne,oft dienstbode alle der andere, hen es noch seker onrecht. Ende

Strany 73 - Aran en Titus

163veel meere duvelike valscheit op ghestaen onder die ghiereghe clergie, dat sijnantkerst voerboden alre eyghelijcste, ende segghen oec den duvel alt

Strany 74 - 44. Formine?

164cipale poente, dats deen op volcomene ghehoersamheit, dander op volcomene+fol. 131breynicheit, terde op volcomen vriwillich armoede+des gheests, ni

Strany 75 - E. HASLINGHUIS

165overmids vremde sake, met goude ende met silvere, ende met vrienden ende metmaghen. Met crachte ende met machte sietmen dat sijt toe iaghen, ende a

Strany 76 - Mariken van Nieumeghen

166Dats een teyken van ghewaregher caritaten, dat een prelaet oft een abdisse meerberespen ende corigeren sal met heyleghen levene ende met saechtmoed

Strany 77 - Haevnersvaerdet

167Nu merct, als een prelaet dese twee dinghe in hem ghevoelt. -+fol. 132c+Dyerste es, dat hi een goede montvolle spisen nemmermeer, waer hi es, alsoe

Strany 78 - Y-stroom

168poente daer dordenen op ghefondeert sijn, die moeten ommer ghehouden sijn1).Nu merct hoe selke als nonnen ende moenke, die niet eyghens en souden h

Strany 79 - 48. Geen drukfout bij Vondel

16‘glimmen’, Garderen, Kootwijk (Onze Volkstaal I)glei‘glad’, nwfri.glei‘geil, vettig,glimmend’ zijn te verklaren uit *glawi-, daar eenu-st. (os.glaue

Strany 80 - 49. Ledanzemaker

169+fol. 133b+reghele? Wantsij hebben drie manieren van nootorften, dit willic hen bewisen, wanthet sal haer drivout crone sijn inden diepsten afgront

Strany 81 - G.J. BOEKENOOGEN

170Aldus hebbic u bewijst dese twee oft dese drie manieren van nootorften der groteroneendrachticheit, die alle heylich leven in ordenen heeft doen of

Strany 82 - Over Vondel

171liken dinghen verblint, alsmen cleerlijc sien mach, vanden oversten prelaten derheylegher kerken totten nedersten; daer omme machmen daer af swighe

Strany 83 - J.F.M. STERCK

172waer dat sake datmen de ghemeyne regule wel hielde, ende men elken gave nasijn noet, siet soe soude daer bescedenheit ende wise regeringhe altoes v

Strany 84

173datse gheheellijc versmaden ende verworpen souden, ghelikerwijs dat wilen eer debisscope ende heyleghe liede deden, die onsen here Ihesus Cristus g

Strany 85 - stond op 't open velt

174onder hen een ghemeyne plaghe, waer hi mach1), sij treckent deen den anderenave, ya ende oec wie onder hen een hellewert bat mach, hi trecket ende

Strany 86 - H.P. de Swart en Zoon

175lijcsche ghevoelen als een armen ghevanghenen te moede es, die droeve endeserich leghet, ya al vol rouwes in eenen aleyndeghen kerkere des lichamen

Strany 87 - Sigismund en Manuella

176+fol. 16bwert wisen, van daer sij quamen, ende souden daer toe segghen+openbaer, datseniet abel ter ordenen en waren. Ende dit dunct mij al gader p

Strany 88 - Fortunatus Beurs

177dies seker sijt, es luttel anders dan discoert ende haet ende nijt, ende bijna alleproperetarise ende onghemeyne. Ende daer omme es haer leven al o

Strany 89

178ioden, in alle eynden van eerterike soe wert onse here Ihesus Cristus en die goedegherechteghe mensche beyde te gadere overeendraghende in onderlin

Strany 90 - Musyk-kamer

17geweest zijn wegens de vaak zoo gespannen verhouding tusschen stedelingen enOmmelanders. - Noopt de bet. vangoytendus niet tot gelijkstelling metgut

Strany 91 - Gysbreght

179late ghestaden ende ghedoghen ende gheven nu dicwile scandeliken orlof denghenen die onder hem sijn, ende daer si haer ziele voer gheset hebben, da

Strany 92

180+fol. 61a+Maer inneghe gheestelike liede ende godscouwende menschen, daer ic afghesproken hebbe, ende oec sunderlinghe moneke ende nonnen die in or

Strany 93

181binne ende cheraphinne; daer es luttel oft niet aen belanc, aen den hoeghen sanc,daer die herten niet ghemeyne en acorderen in bruederliker minnen

Strany 94 - Maria Stuart

182boven dan onder te sine, here ende potestaet te sine dan knecht; dats derhoverdegher menschen recht. Ende dan behout die hoet here1)altoes die clus

Strany 95 - streken

183ordene soude gherne dat volke te haren gherieve wert trecken met allen. Ende hieromme prekense som wonderlijc dinc wt haren sotten hoefde, ende sel

Strany 96 - De Leupart

184E.M. Post en Hirschfeld.‘Zoo even las ik in den bevalligen Hirschfeld; hoe verrukkend maalt hij dit Landlevenaf! Ik gevoel er al de schoonheid van,

Strany 97

185kleine ‘Bibliothek für Gartenfreunde’, welke beide na zijn dood in 1792 niet zijnvoortgezet. Tegenover het titelblad van Becker's Zakboekje pr

Strany 98 - Verovering van Rhodes

186Christian Cay Lorenz Hirschfeld werd in 1742 te Nüchel in Holstein als Deenschonderdaan geboren. Hij bracht het tot ‘königlicher Dänischer wirklich

Strany 99 - Sinte Nicolaas milde gaven

187Verirrungen des Gartengeschmacks’. Het is dus een zuiver vaktijdschrift en ikvermeld het hier alleen, om te toonen, hoe Hirschfeld zijn werk opvatt

Strany 100 - Oud-Holland

188de moralist, bij wien het genot van de natuur tot een zedelijk genot wordt, en diezich nergens een beter mensch voelt dan juist in de natuur. Wij h

Strany 101 - 4) dronken

18ziekelijk zijn’, ‘kommerlijk leven’,goarre‘heerschende ongesteldheid, koorts’. On.gjǫris dus niet verwant.GORT. Bij het Ts. 28, 230, '1 opgemer

Strany 102

189invloeden, die den aard van het geschrift hebben bepaald. De natuurbeschouwingvan Hirschfeld is geheel die van Albrecht von Haller, en staat diente

Strany 103 - Amsterdam

190ontbreekt elk realisme en ontbreekt de innige samenhang tusschen natuur en gevoel,dien men bij Gessner op zijn hoogst bevroeden, nergens betrappen

Strany 104

1913. Het is 's menschen plicht, van de natuur te genieten. Een zestal typen vanlandbewoners, die daartoe niet in staat zijn: in den stijl der ‘C

Strany 105 - Messalina

19215. Zwitserland is het schoonste en gelukkigste land met zijne frissche en zuiverelucht (‘nicht vergiftend wie in den Sümpfen der Niederlande’). De

Strany 106 - Palamedes

193Op enkele daarvan moet thans in het bijzonder de aandacht gevestigd worden,opdat de verhouding der beide werken nog helderder aan het licht kome. H

Strany 107 - [Kleine mededeelingen]

194waar de zinnelijke vreugde tot een innerlijk genot wordt, staat Post heel dicht bijHirschfeld. Immers bij beiden bestaat hier deze gedachtengang: h

Strany 108 - Uit middeleeuwse kronieken

195den voorganger. Eene vergelijking van Feith met zijne vreemde voorbeelden zoutot hetzelfde resultaat leiden. Daardoor zijn de Hollandsche romanfigu

Strany 109 - De Friesche bouwmeester

196kelen. Bij Hirschfeld zijn dit, behalve de oorspronkelijke ingeschapen deugden vanhet menschdom (vgl. no. 17), vooral wijsheid, tevredenheid (no. 1

Strany 110 - Pleberus

197Een enkel insect grijpt hij en bewondert het samenstel van leden en gewrichten:‘dann sieht der aufmerksame Naturbetrachter auch in diesem Theile ei

Strany 111

198weer de verwachting van den Christen geboren wordt: ‘Laat dan de natuur sterven!- Zij leere mij slechts sterven! Zij verzekere mij dat even, gelijk

Strany 112 - I. Nibelungen

1Etymologische aanteekeningen.BOK ineen - schieten.Wil men ingaan op Van Wijks gissing, dat de uitdr. oorspr.den diernaambok+ een ander ww. bevatte en

Strany 113 - Nevelungus

19ohd. ‘onstuimig’, waarbij W. een vrb. aanhaalt van mhd.haifdichenadv., terwijl mhd.en laat ohd.heifte‘onstuimigheid’ is. Daarom is aan te nemen, dat

Strany 114 - Dode-waard

199overdag plaats hebben. Verder geeft hij toe, dat het een verheven schouwspel isen een waardig onderwerp voor poëzie en schilderkunst, doch, gaat hi

Strany 115 - 1. De berch van aventueren

200eiken, rijzige abeelen, schaduwrijke linden en hooge populieren, rezen agterelkanderen op, en vormden een schoon amphitheater’. Dit is een idyllisc

Strany 116

201schrijving der begrafenis in br. 10, aan Emilia's smart over den dooden boom (br.10), aan den dood van een boerenknaap (br. 14) en van Euphroz

Strany 117

202wetenswaardige zaken inlicht en ‘sucht unter socratischen Unterredungen ihrenGeist hervorzulocken’. Hoe dat echter in zijn werk gaat, vernemen we n

Strany 118 - Waelwiin en Lantsloet

203baar is voor het weinige, dat ze bezit, en ook voor de toekomst op Gods hulpvertrouwt. Dergelijke tafereeltjes, waarover hier niet langer uitgeweid

Strany 119 - III. De dierfabel

204zonnebloem; een ander een krullelie metroode, uitstekende knopjes; weer eenlerei, die Auszackung der Blätter, derweiche Sammet, der leichte Duft, d

Strany 120 - IV. Van den neghen besten

205eenkomstig beide als onmisbare elementen van het buitenleven en wijdt er br. 29en 33 aan. Ter toelichting een enkel citaat.Post br. 33. ‘Toen zagen

Strany 121 - V. Augustijnken van Dordt

206Het onweer.Hirschfeld (no. 19) en Post (br. 42) wijden beiden een hoofdstuk aan het onweer,ofschoon de eerste het overdag, de laatste des nachts la

Strany 122 - Een nuwe cluyt van een ridder

207zal verkondigen van wat ‘Das Landleben’ over den winter zegt. Vermoedelijk bevathet wijsgeerige bespiegelingen over de vergankelijkheid van al het

Strany 123

208overpeinzingen leidt. Wanneer Emilia hare huiselijke plichten vervuld heeft, leestzij God's Woord, werken over natuurkunde en historie, romans

Strany 124 - Rolie der woedegher minnen

20HEIDEN. Het schijnt niet algemeen te zijn opgemerkt dat de parallel metpaganusniet te handhaven is; zie de aan NED VIIII voorafg. add. and emend.HER

Strany 125

209de coquette Fulvia e.a., die het merk van hun oorsprong uit het karakterschilderendessay duidelijk op het voorhoofd dragen. Niet anders is het bij

Strany 126 - Dat boeck van der bedinghen

210beide werken na elkaar door te lezen en zich door die lectuur ongetwijfeld latenbekeeren. Men zal echter ook zonder dat gaarne toegeven, dat het ve

Strany 127

211Rob,rop.1)Een bevredigende verklaring van dit woord, dat ‘vischmaag’ beteekent en in beidebovengenoemde vormen voorkomt, is, voor zoover mij bekend

Strany 128 - De articulis

212meldt Jan Zoet (Olympias 49:rop) en Oudaan (Poëzy 4, 20:rop), terwijl in diensWdb. op Bredero staat genoemd een citaat uit Moortje: ‘Schiet injerop

Strany 129 - Een rolle van richters

213roppenheeft gevonden een hou-mes met eenen yseren hoeck, ende een koeyenhooren’.Dat het woord in de 16deeeuw echter ook bekend moet zijn geweest, b

Strany 130 - Prologus

214noemde aanhalingen (Bredero, Moortje en Fr. v. Dorp), waarropen ‘darmen’ in éénadem genoemd worden; verg. ook Winschooten, Seeman 73: ‘Groom, of gr

Strany 131

215Als beteekenis geeft het Mnl. Wdb. op Toelge: ‘Naam van een zeevisch ...Waarschijnlijk bereidde men er traan uit’ en op Toillie leest men: ‘Waarsc

Strany 132

216commoditie is their trane oyle, drawen out of the seal fish’ en bij zijn beschrijvingover de robbenjacht leest men in margine: ‘The manner of hunti

Strany 133

217Etymologische aanteekeningen1).IEDER. De bevreemdendeî<iewas in 't mnd., als men mag afgaan op de vrb. in 'tMnd. Wb., de normale klank

Strany 134

218aver‘naar, akelig’ is door 't Nl. Wb., als oorspr. fri., gelijkgesteld met ags.áforenz.IJZEN. De gebruikelijke verklaring derijuitijsis gezoch

Strany 135 - Minne, dit hoer ic

21gezegd van arduinsteen; z. Stallaert, die ookhick‘wrok, bittere haat’ heeft; vgl. fra.pique.Ook later komthikkenals ‘hakken’ voor; z. Mnl. Wb. Hierb

Strany 136

219JAAR. Afl. van den worteljê- ‘gaan’ is aannemelijk: zooals bij de ontwikkeling derbet. vanmaal, welke zich van ‘tijd’ tot ‘maaltijd’ over ‘etenstij

Strany 137

220leven’, Galléejüchteren‘wild stoeien, hard loopen en schreeuwen’, Draaijerjuchteren‘draven, tieren, stoeien’, Molemajüchtern‘luidruchtig stoeien’,

Strany 138

221van *joeiaf te leiden als mnl.joytenvermoedelijk vanjoy, waarbij ook gron. (Molema530)an de jui(ndl.ui) wezen ‘aan den zwier zijn’.JUK;palataliseer

Strany 139

222liquid’, gewoonlijk in den plur.;cain(ook anders geschreven) ‘to form a scum or“head” as liquor in a state of fermentation’; metm:calm(ook anders g

Strany 140

223Verdere vrb. van ingelaschtedz. Mnl. Spr. § 133. Vondel's Taal § 31 noteertdwadenuitdwaën; verder staat bij V. Pascha 1125koren-aders, waarmee

Strany 141 - Hoe vermaledijt dat es

224Aofri. Gr. § 133; ook nwfri.kearel(vroeger ooktsjirl, G. Japicxtsjerl), Cad. Müllerziehl‘Mansbild’, Helgolandkārmən,kárəmənpl.: zoo ‘werden die alt

Strany 142

225‘crush, break to pieces’, ‘be crushed’, volgens Sieverstócwýsan‘erschüttern’. Blijkensonder nnl. en stellig reeds mnl.kieze,kiesheeft men behalve d

Strany 143 - 2) Lees: ghebenedijden

226soms vermengd, en past de bet. vankeuzelenz. (zie ald. en vgl. ook Wangeroogk zelêrm. ‘Kreisel’) veel beter bij ‘kiezelsteen’ dan bij ‘knots’.Kuis‘

Strany 144

227‘to strike (anything) with the foot’ [veel van paarden]; die van het tweede: ‘to peep;to look privily, as through a narrow aperture, or round a cor

Strany 145 - Hs. Dev

228stel; wellicht oorspr. ‘waar men in kijkt,’ met min of meer pass. opvatting van -eralsin ndl.doorrooker,potere.a., waaronderkiker(kijn) in Mnl. Hwb

Strany 146

22daarmee op een metweiabl. vorm, meth- <hw- vóórôalshoeste.a. Holl.ui(z.Breeroo) kan fri. zijn; Kil.hoy,hoeyholl. sicamb.; Teuth.hoey.Het ndl. wij

Strany 147

229tinently; to spy’ (sedert 1306);to pry into‘to search inquisitively into (enz.)’ (sedert1610); terwijlto pryook (1548-1760) gevonden wordt als tr.

Strany 148 - Ned. Archief voor Kerkgesch

230schijnt mij al zeer problematisch.] Ook de vormen vankliswijzen optnaastþ(þ)(hierbij ook ags.aetclíðan‘adherere’). Dit laat zich moeilijk anders ve

Strany 149

231vormig opgestapelde turfhoop’, in 't algemeen ‘kantig blok of stuk’, ook ‘blok hooi inde schuur dat overblijft wanneer een deel er al uitgesto

Strany 150 - Kleine mededeelingen

232clyster, zeldencluster(= noorddu.kluster, waars. *kl stro- < *kl t-tro-, zegt NED)‘tros’, sedert 1387 ook ‘ronde massa of conglomeratie’, dat in

Strany 151 - 54. Robbe

233‘halsband van touw, om de koeien op stal vast te binden’ (Dr. Volksalm. 1839).KNIEZEN. Metgnog in Hoogeveen (z. Van de Schelde tot de W. 1, 613gnee

Strany 152 - Eunuchus

234tot Breero'sAngeniet(De Werken van G.A. Bredero, II, 341).Uit mijn Algemeene Inleiding tot de hier genoemde uitgaaf van Breero kan vroegerreed

Strany 153 - G.A. NAUTA

235onaangenaam karakter te geven; zij bejegent dan ook Gunophilus, door Naturegezonden om haar te dienen, en een viertal herders, zuur en snibbig; ook

Strany 154

236wij te doen hebben slechts met een allegorisch personage als Gunophilus enUtopische herders.Endimion, de naam van den ouden rijken vrijer inAngenie

Strany 155 - 3) d.i. wee

237stoffen voorkomt, zoude men er gaarne eveneens de benaming eener verfstof inwillen zien, evenwel het voorafgaande ‘zesse dozinen’ is moeilijk met e

Strany 156 - 4) Lees: tghelt

238Onder ‘zes dozinen tentenellen’ heeft men dan vermoedelijk te verstaan: zes dozijnplanten of kruiden van dien naam; verg. b.v. ‘een duust caerden’

Strany 157

23Geusevesper.Waarom heeft Vondel boven dezen aangrijpenden zielekreet over den gerechtelijkenmoord op zijn vereerden held, den ‘Vader des Vaderlands’

Strany 158

239gevierde heilige van het gewest. De boer vergeet hem niet, want hij moet op 11November zijn huur betalen, en de jeugd hield hem in ere door allerle

Strany 159

240In het Mnl. Wdb. worden alleen voor houwen =in stukken hakkentwee gevallenvan een praeteritum ‘houw’ aangehaald, beide uit de taal der rekeningen.I

Strany 160 - Capittele

241Fragmenten uit Jan van Leeuwen's werken.IV.1)+fol. 121b+Van VI dinghen die toe behoeren eener ghewaregher beghinen endeeenen afghescedenen ghe

Strany 161

242dat hi der duveliker werelt, die deen dander te sonden trecken willen overmids haerbehaghelheit, nie en ghelike1), mar gheeft elken goet exempele,

Strany 162 - 1) Lees: conventiere

243haerre zielen ende haerre consciënciën meeste viant sijn, die haren vriën inkeerbename tusschen haer ende Gode. Dat waer mij een scadeliker viant d

Strany 163

244enicheyden weert. Daer ontfeetmen de hoechste crone boven redene, ende diecrone es een inwendeghe volcomene cierheit van boven tot beneden alre doo

Strany 164

245selven vernuftelijc souden wandelen, dedense haren dinghen recht, maer neenseniet. Ghelooft sij God, desere cluseneers es nu opten dach van heden l

Strany 165 - , juist in dit woord

246+fol. 124b+Vander swesteren ende lolarden ende broetbagaerden ende vanalsulkerandelike volke staet. Ende vander inwendeghe gheestelikemesquamen hae

Strany 166

247navolghinghen in die blote eenvoldeghe overweselike ghestillicheit1)ons gheests,weselijc rustende in Gode. Boven alle overlidinghe werdet salichlij

Strany 167

248vernomen ghevoellikerwijs metten inwendeghen oren, op die selve ure waer hi eenscouwende mensche ende soude ter stont iubelerende werden ende ontsp

Strany 168 - 2) hellewert = hellincwert

24De - evenmin aanstonds duidelijke - ondertitel: ‘Sieckentroost, voor deVier-en-Twintigh’ is zonder twijfel, met Van Lennep, te verklaren als een bit

Strany 169

249na onbeweechliker wijs, dat es een ghestedeghe, ghestilde, eenvoldeghe, weselike,overweselijcke1)satheit Gods, daer wij boven ons selven mede in Go

Strany 170

250Maer ten vierden male selen wij onsen viant minnen ende hem lief doen, biddendevoer hem ghelijc onsen vrient.Dit soude ons al even licht sijn, cons

Strany 171

251hem en beclaghe, wat datmen sinen persoen allene aendoet oft over den halssegghen mach.1)Siet, dit es wel [d]beste dat ic weet, dat de mensche hem

Strany 172 - 3) Lees in het rijm: groet

252dat menich simpel goetwillich mensche sijn ambacht laet varen eer hijt selve weet,waer hijt heeft, dat hem cort namaels berout, al scaemt hi hem we

Strany 173 - 2) Lees: doen

253ende soe vremde sijn, ende en wetens nochtans selve niet. Want al eest alsoe, alsic noch meer hebbe ghesproken, dat sij overmids penitencie ende he

Strany 174 - 2) Lees: ontdraghen

254andere ordene, die nochtans puerlijc sijn gheset ende ghefondeert overmids demacht ende de cracht des heylichs gheests, ende segghen dit daer toe,

Strany 175

255wilde doen doen in gherechter ghehoersamheit, dat hem dies bat ghelosten soudealsoe arm sijns selfs te sine sonder eenich verkiesen dan al dat hi s

Strany 176 - 3) Lees: int

256+fol. 196c+Ondersceet tusschen kinnesse ende minne,die hebben de groote clerkesonder leven ende goede menschen sonder hoghe verstaen,endevan doling

Strany 177 - 5) = regneert

257sake dat sijt selve merken wouden. Want een dinc, dat in hem selven niets niet enes, dat en mach noch ledich noch onledich sijn. Want ghebenedijt s

Strany 178 - 3) Hs. ēn

258daer in beseghen oft orboren mochte, siet, nochtans soe waer mij dusent werf beterende oec salichlekere mijnre zielen, dat ic mijns selfs te gronde

Strany 179 - 4) Hs. ghebeteert

25titel een grimmige toespeling op deze hem bekende bijzonderheid maakt. In plaatsvan den gebruikelijken Ziekentroost hunner eigene Kerk, die ook hun

Strany 180 - 3) Lees: hevet

259ghehorsam ende oec onderworpen te sijn om Gods wille, siet, daer es meerdersalicheit in gheleghen inden bant der heylegher ghehoersamheit, dant wae

Strany 181 - 4) Lees: coers

260ganghe ende oec van haerre sonderlingher voernemender wisen, diese voerenboven andere menschen, soe vele houden; ende soe sunderlinghe groot achten

Strany 182

261naren te samen ye ghewrachten. Want wtwindich armoede als armoede bi hemselven, siet, dat en behaecht eyghelijc Gode niets niet, ya, sonder vriwill

Strany 183 - XX rike baghinen dan

262ende om ghiericheyden tsondachs ende tsheylichs daechs te werkene, om datsein die weke haer grof labuer werc niet en willen verletten. - - - - - -

Strany 184 - (Wordt vervolgd)

263cleeden, ende wtsetten, hoe dat sij der hoverdegher werelt ende den creaturen inijdelheit der ijdelheit behaghen moghen. -Die achste partije, dat s

Strany 185 - E.M. Post en Hirschfeld

264wandel gheselle; sij moghen hen oec wel eysen vander hellen!Die dertienste partije die oec die vierte breken te meneghen tijde, dat sijn deseridder

Strany 186 - Auf ihre Spur

265Die negentienste die dicwile haer vierte breken gheerne, dat sijn die op vastendaghe smerghens vroech loepen in die mede taveerne. Maer ic segghe u

Strany 187

266Oec die wijven en die vrouwen en die oude rammelbeenderen en die oude quenenralen, die van der rubben ende vanden beenen sijn ghemaect, sij clappen

Strany 188

267en nemen, noch en stelen. Want waer dat sake, dat alle die ghene stalen die daerdief sijn oft ander liede goet begheeren metter herten, het sij rec

Strany 189

268wile die meeste dieve voer Gode. Want Jheronimus sprect, dat alle rijcheit sijncomen van quade oft van quaetheit, dat es aldus te verstaen, dat die

Strany 190

26in 1630), en vanoude geuzenals eeretitel (zie b.v. C.Pz. Hooft, Memor. en adv.162, 193, 194, 205, 262); doch anderzijds ook, met minder vleiende bed

Strany 191

269allene tot haren rugghe ende costelijker iuwelen tot haren hoefde, sij soudenre lichtC arme menschen met scoyen ende cleeden. Scaemt u voer Gode, e

Strany 192

270comenscap ieghen Gode te voren wilden maken ende verdinghen ieghen Gode, oftsi en dienden Gode niet, en soude hijs hen niet loenen. Trouwen, dat si

Strany 193

271kerke, clusen, outare, provenden, groete iaerghetiden, ende oec daer toe cappelriënselen die zielen uter hellen vriën.Dander sijn alle die ghene, d

Strany 194

272liden1), si souden vinden te segghene, daer men hen hondert dusenteghen omontliven, soude! Ende dan seit die pape ter selver stont - ende es alsoe

Strany 195

273oogpunt. Woorden en uitdrukkingen die men in hetMiddelnederlandschWoordenboekof hetHandwoordenboekvoldoende toegelicht vindt, ging ik dusstilzwijge

Strany 196

274enz. vinden we bij Jan van Leeuwen terug. Maar ook in de neiging om nieuwewoorden te vormen sluit hij zich, soms met een zekere onmatigheid, bij de

Strany 197

275betekenisontwikkeling heeft),ongemeen(= niet gemeenschappelik, van voorwerpengezegd), sijn sinnenovermechtichsijn.Behalve de genoemde, grotendeels

Strany 198

276BREKEN ende KNOUWEN haren sanc (blz. 180). Vergelijk over dit misbruik,voortkomend uit ijdelheid en zelfbehagen de Proza-Spiegel der Sonden, fol. 8

Strany 199

277opgetekend. Bij Ducange vindt mencorbellagiumverklaard als: tributum quod exmercatoribus, qui merces suas incorbellisdeferunt, exigitur.CROMMER (bl

Strany 200

278DERDE MANTELARE (blz. 179). Dit woord, in het Mnl. Wdb. nog niet opgenomen, wordtopgehelderd door Ducange, datmantellatigelijkstelt met ‘fratres te

Strany 201

27gen: “Dit is de uitluiding van het Calvinisme, van de Geuzen”, en voegt er ironischbij: “tot troost der consciëntie-zieken.”’ Deze verklaring is in

Strany 202

279door persoonlike aanraking of door geschriften Duitse invloed onderging. Daaruitzou ook het voorkomen van een woord alssweenrete verklaren zijn.SEE

Strany 203

280Daarnaast staatwaendiwaers,waeniwaersenwanewaers.Hier treffen we dus eennieuwe variant aan, ontstaan uit versmelting metwijs maken.het gaet aen die

Strany 204

281Kleine mededeelingen.60. Walewein 833.Na den strijd met het serpent komt Walewein aan het kasteel van koning Wonder,dien hij met zijn zoon aan het

Strany 205 - Zonsopgang en zonsondergang

282Etymologische aanteekeningen1).KNEUZEN. Met gramm. Wechsel dre.kneuren(Dre. Volksalm. 1848).Gron. KNIJLEN (Molema) ‘door wrijven of drukken in stuk

Strany 206 - Nachtelijke stilte

283voortduring) kleinigheden ontvreemden’ [ook ‘knoeien’ is ‘onhandig’ en ‘oneerlijk tewerk gaan’],gnobsk‘kort afgerond’ (in 't vrb. van aal; als

Strany 207 - De winter

284natuurlijkkuike‘vr. kalfje’) tot *keu(phon.) heeft geleid en dat dit isgediphthongeerd; maar daarbij komt meer ter sprake dan hier behandeld kan w

Strany 208 - Huiselijke bezigheden

285Bat. Arc. ed. 1729, p. 43, 65, 68) zal licht anders dan oorspr. zijn opgevat sedertkol‘striga’ beteekende; daarnaast echter nogkolrijster(ib. 74).K

Strany 209 - Het stadsleven

286KROP. Ook hier een vorm met enkele cons.: on.krofn. ‘krop’.KROT. De familie moet, naar haar verbreiding te oordeelen, wel vrij oud zijn; z.o.a.Nl.

Strany 210

287KWELDER. Ook Wangeroog: Fri. Arch. ‘Dait quéller nennen die Insulaner die Pflanzen,welche auszerhalb der Dünen und am festen Lande auszerhalb des D

Strany 211

288brandend leer, van olie die op de kachel morst, van akelige pleelucht. In Egmonda/Zde lamp looft‘walmt, pijlt’ (mededeeling van A. Beets).LATEN. Hi

Strany 212

28dan: ‘1oeen der daggetijden van 't brevier, als het in 't openbaar gezongen wordt;2ode namiddag-godsdienstoefening, [thans] gewoonlijk om

Strany 213

289aanneemt dat ze is ontstaan in uitdr. alslange,korte lidmaten(ledematen) hebben.LIED. Hierbij ablautend on.lúþr‘hoorn’ (blaasinstrument).Mnl. LIEKE

Strany 214

290zijn als in vla.kijte‘kuit’. Kil. geeft als vla.locke(enlocken‘zuigen’; vgl. De Bolokken‘al zuigende drinken’ [antw.lokken‘dooien door de zonnestra

Strany 215 - R. VAN DER MEULEN

291LOG. Het bij Franck te vinden vermoeden dat verwantschap bestaat met eng.lag‘slap, traag’ wordt versterkt doordat dit woord niet geïsoleerd staat.

Strany 216

292hechten, dan is het vocalisme voorshands raadselachtig (< *lūm?). Helgolandlōam‘schön weich anzufühlen’ wijst op *laum, ‘slap’, en hieruit kan d

Strany 217

293niet schijnt te hebben, in verband metbúi‘bui’ op overneming uit onze taal, al isúiphonetisch = hd.ui.LUIM. 't Ww.loenenook gron.; z. Molema,

Strany 218

294lijnen, krullen met inkt of verf op papier maken; zooveel als: kribbelkrabbelen; ookOostfri.’ [Ik vind het echter niet bij Ten Doornkaat Koolman, w

Strany 219 - NWILLIGEN zal wel van

295lichen Brotes’ en dat etymologisch één is metStollen, zooals het trouwens in eendeel van Duitschland luidt. (Fra.michekan volgens Meyer-Lübke slech

Strany 220 - OPENBIER denkelijk bij

296vanmôs‘spijs’ (vw. ‘eten’); ‘moes’ (vw. ‘fijn maken’; in Gron. zegt men van iets watheel fijn wordt:'t wort mous; Nl. Wb.moezenI ‘tot moes mak

Strany 221

297MOT (insect). Z. bov.madeen vgl. met mnd.muttestadgron.stainmót(stain‘steen’),een in muren en onder steenen aan te treffen diertje, naar 't sc

Strany 222 - ‘jasmijn’ te twijfelen

298Vondel's Roskam.Brandt stelt dit gedicht op 1630. In mijnLeven van Vondel(bl. 110) heb ik 1626 alshet jaar genoemd, waarin het geschreven is.

Strany 223 - ADE, KAAI

2bregdanvoor *brigdilof voor reeds geassimileerdbriddilin de plaats gekomen.BREM. Verwantschap metbraamis aan te nemen: dre.braom‘brem’.BUL, BOL, BALK

Strany 224 - EREL. Met middelvoc. *

29Tijtkortinghe daer bij ghecrighe:Daer ic huden meer aff zwighe,Want vesper is over langhe gheluut.God gheve haer dusentwerff saluut,Die my den moet

Strany 225 - door warmte’

299mij dan ook gewonnen. Maar weldra kwam de twijfel weer boven en keerde ik totmijne vorige meening terug. De argumenten voor 1626 waren toch te krac

Strany 226 - IEZEL. Aan ags

300de regeering, die door slecht toezicht de knoeierijen mogelijk gemaakt heeft, strengoptreedt1).De inhoud van het pamflet is merkwaardig genoeg om d

Strany 227 - IJKEN. [Dial. ndl

301over langh, hadde ordre behoordt inghesteldt te werden, maer het is noch beter laetals nimmermeer’.Deze gedachte vinden wij grootendeels terug in d

Strany 228

302Ick meest verrijckt met giften sie:Merck desen niet, maer genen:Wiens goudsucht boos, en Goddeloos,Vind sijns gelijck' niet eenen.Steyl Nerito

Strany 229

303En eyschtmen meer bescheyds, men vraegh het Huygens soon,In 't kostelijcke mal: die weet van top tot toonDe pracht en sotte prael tot op een h

Strany 230 - LAD. Vgl. De Bo

304groote schade van t'Landt ende tot sijn eyghen profijt, t'welck daer naer heeftghebleken, alsoo den selven Pacht int openbaer 17000 gulde

Strany 231 - LEVEN. Zooals het nwfri

305Raadsheer Staets, Middelgheest en N. Trip ‘gewesen Bouckhouwer van H.Loffelijcker memorie Prince van Orangie’ kunnen het getuigen, omdat zij het va

Strany 232

306windhebbers der O.I. Compagnie is ook nog veel te vinden. Daarover kan de heerAvendroot1)heel wat mededeelen.De heer Agent Van der Veke en anderen

Strany 233 - NEVEL(EN). Met mnl

307de war en in onrust gebracht, ‘so dat de memorye van dien rampsaligen Muys aldaerwel vervloeckt, ende by de posteriteyt in memorije sal gehouden we

Strany 234 - Angeniet

308derven openbaeren (om gheen occasie van seditie ende oproer te gheven) watdiscoursen ende propoosten, zoo onder groote middelmatige ende cleyne per

Strany 235 - De Spiegel der minnen

30niets is, dat aan dezen titel herinnert of hem rechtvaardigt1).Liefst zou ik, ter opheffing dezer bezwaren, kunnen wijzen op een aan V.'s versv

Strany 236 - The Woman in the Moone

309Waer yeder soo van aerd, wat soumen metter tydHet arrem eselkijn al lasten maecken quijt?Hoe sou 't aenwassend juck ontwassen met den jaeren?W

Strany 237

310Zonder twijfel is het hier behandelde pamflet de voornaamste bron geweest voorVondel's hekeldicht. Maar niet de eenige. Er waren genoeg verkee

Strany 238

311geloofd hebben. En Vondel had zeker geen reden om Pauw te sparen.Het is mogelijk, dat er in denRoskamnog meer toespelingen zijn op bepaaldepersonen

Strany 239 - 58. Sunter

312prentTemplum Christianum Amsterdami.Deze werd opgehaald en de koperen plaatop het stadhuis gebracht1). Eerst jaren later kreeg De Wees die terug, e

Strany 240 - 59. Seghelijn vs. 1422 vg

313TalisLeida, tuus; talis tuus,Horna, Senator;Talis,pro Patriacum loqueretur, erat:Praesidium moestis, legum pater omnibusque aequus,Integrius quo vi

Strany 241 - J.S. OVERDIEP

314toen deTransformatiezou gedicht hebben. De uitgever toch van eene prent, waarvande verspreiding zooveel gevaar met zich bracht, zou zich met het ve

Strany 242

315schiedenis van Palamedes] geestigh in zijne transformatie te pas gebracht, overmitsdit aertschelmstuck eygentlijck tot de herscheppinge of verschop

Strany 243 - Mnl. Wdb

316waardgelders af. De onbekende teekenaar1)maakte hierop voor een onbekendenuitgever eene teekening. De voorstelling werd misschien gekozen onder inv

Strany 244

317Er moest ‘eene andere constellatie aen de lucht’ wezen, of de dichter moest machtigevrienden hebben.1)Wanneer de dichter van denPalamedeser zoo gem

Strany 245

318aenbadt.Maarpopis ook ‘afgodsbeeld, afgod’ enGommers popis dus ‘Gommersafgod’, d.i. Calvijn, die elders1)deafgodt van Genevenheet.P. LEENDERTZ Jr.V

Strany 246

31stukken, zoo tegen als voor de Geuzen, zijn in Van Vloten's bundel meer te vinden;zoo een ‘Geuzen-echo’ (I 273-4), die inderdaad aan Vondel&apo

Strany 247

319Ongetwijfeld is hier dezelfde stof behandeld; immers men vindt het hoofdkenmerkterug, dat de tot ezel omgetoverde mens zijn verstand behoudt. Maar

Strany 248 - 2) Hs. eensetel

320door de geleerde Petrus Damianus van de mogelikheid van dergelikemetamorphosen laat overtuigen.In de 14deeeuw neemt Ranulphus Higden in zijn Polych

Strany 249 - met zijn spelling een andere

32Sinterklaas.Ik heb het hier niet over Sinterklaaslegenden of gebruiken, maar over de etymologievan die naamvorm.De gewone, reeds oude uitlegging is,

Strany 250

33voorbeelden, en besluit: ‘Eene enkele maal wordtsenterook, door misverstand,gebruikt vóór een vrouwennaam.’ Zijn voorbeeld is:voir senter Margrieten

Strany 251 - 1) Hs. onde

34synon.dag(beide = feestdag) of i.p.v.parochiehet synon.dorpaanwendt.Daarvan vindt men in hetMnl. Wdbk.deze twee voorbeelden:Sinter Claeus dachenvoir

Strany 252

35Over woordschikking en vers-rhythme in denMiddelnederlandschen Ferguut.Ferg. 35451)Ferguut wachter hem jeghen6 Ende brochte den scacht gedregen7Die

Strany 253

36vast te stellen zoowel de syntactische grenzen der gebruiksmogelijkheid als deninvloed van den rhythmischen en metrischen vorm op de keuze van deze

Strany 254

37dat het grootste deel dezer zinnen den omvang van een vers heeft, dan is hetduidelijk, dat de syntactische vorm van dergelijke zinnen moet berusten

Strany 255

38⅓ deel (560) met een aanloop beginnen. Wanneer we nu bij de zinnen zonder enmet aanloop willen nagaan:1o.het verschijnsel der inversie,2o.de scheidi

Strany 256

3mnd.deger(e), mhd.dëger.Voordegherlecis een der beide bewijsplaatsen:suvertharde- ‘met buitengewone zorg’ dus = ‘terdege’. Dit sluit zich aan bij gro

Strany 257

39aanloop is nog grooter, wanneer men ook hier overweegt, dat 40 van de 134 zinnenalleen bestaan uit aanloop, S. en V. Er zijn dus 94 zinnen waar anti

Strany 258

40De verklaring der redenen, die den dichter tot het gebruik der oude woordschikkingbrengen, is alleen mogelijk met overweging der rhythmische invloed

Strany 259 - 3) Hs. Dev. onverscult

412o. Zinnen met achterstuk:a.enkelvoudig praedicaat 181Nom. S. 24Pron. S. 1171 vs. 1411. .. V.S... 176omvangNom. S. 10Pron. S. 172 vz. 27omvangNom. S

Strany 260 - 4) Hs. Dev. ghedunken

42/Van sinen orsse scoet hi//In die camere ghinc si//Sinen groten scilt nam hi/ten eenenmale uitgesloten, zoodra de zin eén versregel beslaat.We komen

Strany 261 - 4) Hs. ordenen

43bij het zinsschema ..S.V... 2 van 9 gevallen } 5 van 21..S... V... 3 van 12 gevallen } 5 van 21Klaarblijkelijk vermijden de samengestelde verba het

Strany 262 - 3) Hs. Dev.: inden ban

441o. enkelvoudig V. 52 ‘ne’ 13 ander tusschenstuk 39a.ander tusschenstuk 39Pron. S. -Nom. S. 37omvang 1 vs. 37Pron. S. -Nom. S. 1omvang 2 vz. 1Pron.

Strany 263

452. In de zinnen met ‘ne’ als tusschenstuk staat bijna altijd een pronominaal subject(van de 81 in 65 gevallen).3. Bij het schema S...V. komen 4 zinn

Strany 264 - 2) Hs. dat hen die hen die

46Rhythmische kenmerken.Uit de vergelijkende beschouwing der zinsvormen blijkt duidelijk, dat de syntactischebijzonderheid van de oude woordorde sterk

Strany 265 - 2) Hs. sonden

47I. Zinnen met aanloop, zonder inversie met oude woordschikking.A. ...S... V. 73 65 enkelv. 8 samengest. V.Nom. S. 2Pron. S. 601 vs. 62enkelv. V. 65

Strany 266

48101 Ten bóssche waert hi hem ontstàl1117 In sinen stégereep hi hem hìef.Anders staat het met de verzen die van hetzelfde schema zijn, wat den aanloo

Strany 267 - 1) Veranderd in: begaen

4deele met volk.iwordt uitgesproken, en tevens met assim., zoodatdinenregelmatigis?) - In den zin van gron.diezig(z. Molema) bij Potgieter Proza93, 16

Strany 268 - schijnt een

49een substantief zonder praepositie; een lidw. of pron. vormt den rhythm. voorslag1).Ook hier ontstaat een type met twee zware heffingen, wanneer het

Strany 269

501514 Hástelike si dánen scìet2322 Hástelike si wéderkèert2379 Hástelike si doe ópscòet2762 Hástelijc hijt biden bréidel nàm732 Táchterst hi sinen sc

Strany 270 - afkomstig zijn

51die steeds wordt gevolgd door een omvangrijke daling. Hoe geringer de omvangvan den aanloop is, des te grooter is de syntactische scheiding van S. e

Strany 271

52nominale deel van het praedicaat niet in een daling past. Er ontstaan dus verzenvan het type:241 Achter étene si slápen gìngen269 In een dál si geré

Strany 272

5380/1Mettien si den hért vernàmen/ Buten bossche302/4Van cálfvellen hi ánedròech/ Enen roc cort toten cnien.977/8Negeen ánder hi en ròchte/ Dan dórs.

Strany 273

54Ook hier beginnen we met de belangrijkste groep: zinnen met enkelv. V. van éenverslengte met pronominaal subject (27 gevallen). Het blijkt dat hier

Strany 274 - , blz. 8

55332 Sine gróte cólve dat hi bròchte2330 Enen vásten scílt hi grèep2501 Met lúder stémmen hi craihièrt2630 Haer éerste geréchte dat si àten.Verzen zo

Strany 275

56Beter voegen zich naar het gewone rhythme:4210 Stáphants dat parlemént scìet5343 Léttel hem sine wápine verwàgen.2o. ...S.V... 9 samengest. V. 2 en

Strany 276

571. de groepeering der zinsgroepen naar rhythm. typen.2. zoodra hetregelmatigepronominale subject wordt vervangen door eennominaal, ontstaat een afwi

Strany 277 - blijkens de varianten

58II. Zinnen zonder aanloop met oude woordschikking.Het is nu de vraag, of ook de zinnen met afwijkende woordorde, die niet door densyntactisch en rhy

Strany 278 - van Mej. Dr. E. Neurdenberg

5gaan, verzinken, te gronde gaan, ondergedompeld worden’),oerdoun,oerdune‘overgoten, bedolven, geheel onder water’,onderdoun, -dûn‘even onder water’,v

Strany 279 - van Dr. P.W.J. van den Berg:

591828 Élc doe van hem besíden scoèt3607 Lókefeer aldus dóet bleèfDe grootste helft der 37 gevallen echter kan men niet volgens een bepaald typelezen.

Strany 280 - SEENTEN (blz. 155). Het

60stuk beslaan, gelijk te verwachten is, slechts een half vers en bieden dus nietsopmerkelijks ten opzichte van het rhythme1).2o. S... V... 87 enkel

Strany 281 - vervormd

61zou kunnen aannemen; maar ook in die gevallen blijft het verbum finitum onbetoonden heeft het rijmwoord een heffing:1116 { Hine was nóit te gemáke b

Strany 282

62We beginnen met de belangrijkste groep, zinnen met ‘ne’ van éen vers, metpronominaal subject:276 Hine wilde daer hebben niémens cómen1095 Hine mocht

Strany 283

63Ook in de zinnen met omvangrijker scheiding van S. en V. dan ‘ne’ alleen, is hetrhythme heel anders:1110/1 Een rídder hem doe hálen ginc/ Enen scach

Strany 284 - NUTTERIG. Hierbij gron. 18

64Zoodra òf S. en V. door een omvangrijker zinsdeel worden gescheiden òf het S.nominaal wordt, verdwijnt dit rhythm. type.2. Bij de zinnen met nominaa

Strany 285

65Samenvatting der rhythmische kenmerken van de zinsgroepen metafwijkende woordorde.1. Voor zoover de zinnen een versregel beslaan, wordt de afwisseli

Strany 286

66Stel dat de dichter de oude woordorde wil vermijden in een zin (vers) als:In hare cámere dat si lièp.Door het gebruik van inversie komt dan het verb

Strany 287 - abl. zwe

67Haer órsse op dérde knièlen.Rhythmisch verschil is er alleen in de lengte der daling.Ook in zinnenzonderaanloop kan, behalve door bovenstaande omsch

Strany 288 - AAI. Nwfri

68Hoeveel stijver zou hier klinken:3579 Toten rídder hi doe quàm3580 Biden hálse hine nàm3581 Onder sinen árme hine sloèch3582 Dápperlike hine wéchdro

Strany 289

6in ‘klankloos, niet levendig’ (z. nader Nl. Wb.); daarom kan Metslawierschdōaəf(Kloosterman § 133 B) ontstaan zijn uitdŏf, zooalshōaəfuithŏf(§ 115 Op

Strany 290 - IED. Hierbij ablautend on

69ik u in zoo veele jaaren niet gezien heb? ik meende, dat ge al lang in deSpaanscheZee dobberde1).DE SAPPETAUSVAARDER.Onkruyd vergaat niet.Maar gy, v

Strany 291 - LOEKEN. Daar de

70zich beschermen, ze hielden 't evenwel uit, zoo dat ze deJavaanendeedenschreeuwen,Orang Ollanda,backeley sammatey1),die Hollandse honden vechte

Strany 292 - OOK. Abl. ozwe

71mag uit de nergens elders gevonden samenstellingSappetausvaarderdegevolgtrekking worden gemaakt dat het woordSappetau(-ou) aanmerkelijk ouderis dan

Strany 293 - UI. Helgoland

72waardige boek van Mevrouw W. Wijnaendts Francken - Dyserinck ‘Drie Maandenin de West’ lees ik op blz. 199:‘Het half Hollandsch half Engelsche “blank

Strany 294 - ADE. Mnd

7344. Formine?(Die werelt) slacht den losen comandie vingherline vanforminevercoept voer guldine.Beatrijs, vs. 304-306.Het staat er, zonder eenigen tw

Strany 295 - EISJE. De

74instructeurs te Maastricht (uitg. door Flament in Publ. Soc. Limb. 1913). Daar leesik van Luiksche en Munstersche kalmijn, maar ook van kalmijn uit

Strany 296

7545. Aanteekening op de onuitgegeven brieven aan J.P. Klein en A. Klein- Ockerse.Zie XXXII, 248.Het aldaar aangehaald Duitsch couplet, dat ik niet wi

Strany 297 - OS. Met Fr.-V.W. vgl. Nl. Wb

76Og björnen blev en ridder bold,sin faders land fik han i vold.1)Een overeenkomstig geval vinden wij in een ander Deensch lied, getiteldHaevnersvaerd

Strany 298

77staat tusschen deze ijzeren ringen en de ijzeren banden die het hart behoeden voorbreken, waarvan men gewag gemaakt vindt o.a. in het bekende sprook

Strany 299 - Vondel's Roskam

78Und bringe Licht und Glanz aus Dunkelheit und RauchGleichwie der Morgenstern, wenn andre sterne sinken,Und itzt mit welkem Haupt am blauen Himmel bl

Strany 300

7Ozwe.þrask(met Abl.þraesk) ‘moeras’ wijst op *drasch; het adj. is verklaarbaar uitpraed. gebruik.DREUTELEN. Als grondwoord mag men aannemen mnl. wvl.

Strany 301

79o'raenghenaemste, eene verkorting vanover-aenghenaemste... zal moeten zijn’,enz.Wij hebben hier echter niet met een drukfout te doen.Dat Vonde

Strany 302 - Beschrijvinghe van Dordrecht

80deden, die het gebied van den zadelmaker raken, zag ik bewezen door eenadvertentie in de 's Gravenhaegse Woensdaegse Courant van het jaar 1742,

Strany 303 - Batavia Illustrata

81Tesselschade hervormd of doopsgezind?Op deze vraag van Mr. C. Bake, onder No. 39 van ‘Kleine Mededeelingen’, valt hetantwoord niet moeilijk. Tessels

Strany 304 - De Vroedschap van

82blijkt, dat Tesselschade hervormd was, uit het feit, dat zij 6 Juni 1614 in de OudeKerk te Amsterdam als doopgetuige stond over het oudste kind van

Strany 305 - Neemt giften voor octroy

83D'onbekende voerman van 't Schou-burgh.Achter het gedichtDe geest van Mattheus Gansneb Tengnagel,In d'andere wereltby de verstorvene

Strany 306

84‘Wonder, wonder, noch eens wonder!'t Gat leyt boven, 't hooft leyt onder,En het gaetter wel verkeert,Daer de knecht sijn meester leert.Ons

Strany 307

85wat hoveerdigh’, is Willem Dircksz. Hooft (1594-1658). Glazenmaker en glasgraveurvan beroep, was hij in 1622 met deJan Salyals kluchtspelschrijver o

Strany 308 - State wel opmerkelijk

86met sijn lippen, dat hij nu wel een zuyg-hontjen lijckt, daer hij eerst wel voor het quabeest in Piramus en Thisbe sou hebben konnen speelen’1). Wij

Strany 309

87van het chirurgijnsgilde1). Ook Block wordt in Tengnagel'sLindebladenals dichtergenoemd; hij heeft o.a. een lofdicht geschreven op B. Fonteyn&a

Strany 310 - 1) Vondel

88Peerden heb ick al besteet;Was de wagen maer gereet.Yser-werrick heb ick mede,Benje slechjes wel te vreden,En wy sullen, soo ick meyn,Dichjes by de

Strany 311 - Geuse-vesper

8gevallen vermoed Ts. 32, 297 vlg. Als eenigszins er tegen pleitend voerde ik aanags.ánmód‘unanimous; resolute, brave, fierce; obstinate’; dit wordt n

Strany 312 - Leven van Vondel

89nieuwe vereeniging; tot hen behoorden o.a. Engelbrecht en J.D. Block. Delaatstgenoemde heeft eenLauwer-kransvoor Krul geschreven. Het vers vanTengna

Strany 313

90Dan is al mijn werck bekaeyt,En ick kan hem niet oprechten,Want ick heb geen hulp van knechten.Of ick schoon na Joosje loop,Die en krijgh ick niet g

Strany 314 - Hierusalem Vertwoest

91na nieuwjaar. Ook onder de hoofden van den Schouwburg was er tegenwerking,nl. van de zijde van Simon Engelbrecht. Die tegenwerking gaf Vondel het ve

Strany 315 - Ontwikkelingsgang

92En haer woorden houden maet,En men kan in Ezels werckenSulcken plompheyt niet vermercken,Als in dese ses haer doen,Diemen menschen sou vermoen.Want

Strany 316

93Doe Vrou Mari met haer PapenAlleman joegh in de Wapen.Dan je klaerden 't doe so moy,Dat je haver kreeght voor hoy.’Welke pachters hier bedoeld

Strany 317 - Weegh-Schael

94Dat ick menighmalen dacht,Dat het nutter was gebrachtIn mijn blaes, en die te hopen,Om hier na te mogen koopen,In een eygen stille kluys,Warme kost

Strany 318

95En je Heerschappy bespotten,En een yeder, die het hoord,Barst van lachen en schreewt: moord,En men acht het voor een wonder,Somer-Vorst en Winter-do

Strany 319 - Gommers pop

96er wel, zooals Vondel in een brief aan Hooft meedeelt1). - Jan Hendricksz Soop, devader van ‘wijsen Floris’, had in 1612 eene glasblazerij op den Kl

Strany 320

97Die belaen was met de surghVan zijn opgeboude Burg,'k Meen, hy zou zijn borst verscheurenEn het arm gewelf betreuren,Dat zijn maexsel ongescher

Strany 321 - 2) Reich t.a. pl. 109 v

98Ian’ onder de dichters. Hij was met hem bevriend, want hij schreef in 1641 een versjeop zijn portret1), en de ander versierde deLindebladenmet een l

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře