Ansel VS211 Uživatelský manuál Strana 30

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 321
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 29
29
Tijtkortinghe daer bij ghecrighe:
Daer ic huden meer aff zwighe,
Want vesper is over langhe gheluut.
God gheve haer dusentwerff saluut,
Die my den moet te hoghen plach
Doet was misse tijt aenden dach,
dan doelt hij toch zeker wel op zijn eigen nu ver gevorderden leeftijd, in tegenstelling
met de vroegere middaghoogte zijns levens
1)
.
Zóó, langs dezen weg, zou dus
vesper
later gebruikt kunnen zijn om aan te duiden,
dat de aan een persoon of aan een groep personen toegemeten spanne tijds ten
einde spoedt, dat men zich dus vaardig moet maken om rekening en verantwoording
voor zijn daden af te leggen (verg. Elckerlijc
2)
). Van een eigenlijk ‘uit-’ of ‘grafluiden
door een vesperklok is dan echter geen sprake, evenmin van een wakker luiden
der consciëntiën, en allerminst van een einde van den dienst! Mij dunkt, de
voorstelling zou door deze opvatting aan helderheid winnen.
Evenwel, men kan, erken ik, de vraag stellen: was deze beeldspraak, deze
vergelijking van het leven bij een dag, van het levenseinde bij den avond, toen ter
tijd wel zóó algemeen bekend, dat Vondel kon meenen de gedachte daaraan reeds
door 't enkele woord
vesper
te wekken? En men kan ook bij deze opvatting de
samenstelling
Geusevesper
toch gezocht, onnatuurlijk en onduidelijk achten. Immers
de titel zou dan moeten beteekenen: ‘lied, waarin de Geuzen, d.i. de
Contra-Remonstranten, er aan herinnerd worden, dat voor hen, d.i. de heerschappij
hunner partij, de dag ten einde neigt, dat hun tijd welhaast voorbij is’; hetgeen
inderdaad wel iets vergt van het begrip onzer voorouders! En ten slotte kan men
het bovengenoemde bezwaar herhalen: dat er in 't geheele gedicht verder eigenlijk
weinig of
1) Waaruit men dus zou opmaken dat Potter niet, naar de gewone voorstelling (zie nog Kalff,
Letterk. I 566), Der Minnen Loop op jongeren leeftijd geschreven heeft; hetgeen dan ook door
Mej. A.L.A. Roessingh, in de eerste stelling achter haar proefschrift: De Vrouw bij de Dietsche
moralisten, geloochend wordt.
2) Waar wel niet van
vesper
, maar toch (vs. 172) van
nae noene
gesproken wordt.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Zobrazit stránku 29
1 2 ... 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 ... 320 321

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře