
60
stuk beslaan, gelijk te verwachten is, slechts een half vers en bieden dus niets
opmerkelijks ten opzichte van het rhythme
1)
.
2
o
. S.... V.... 87 enkelv. V. 50 samengest. V. 37 enkelv. V. 50 tusschenstuk ‘ne’ 37
anders 13
Nom. S. 6
Pron. S. 20
1 vs. 26tusschenstuk ‘ne’
37
Nom. S. 3Pron. S. 22 vz. 5
Nom. S. -Pron. S. 6½ vs. 6
De belangrijkste groep is die der zinnen van 1 vs., met ‘ne’ als scheiding van S. en
V., en pronominaal subject. Het kan niet uitblijven, dat deze zinnen een typischen
rhythmischen vorm vertoonen. Immers alleen in dezen zinsvorm is scheiding van
S. en V. bij pronominaal S. mogelijk gebleven. Dit pronominale subject, verbonden
met ‘ne’ en het verbum finitum, vormt een lange rhythmische daling als versopening.
Het rhythmische zwaartepunt verschuift naar het verseinde, zoodat er een type
ontstaat
2)
:
278 Hine ontsiet assaút no meswénde
526 Hine duchtese álle niet een riét
720 Hine hadde gene dóde chiére
1702 Dit en was Fergúut niet léet
1752 Hine hadde niet wíts dan den tánt
1790 Hine prijst hem niet wért ene pére
2464 Hine vergat niét sinen scácht
2609 Hine vant avontúre engéne
2617 Het ne was niet wél te sinen wílle
3026 Hine at él niet dan rachíne
3279 Hine horde vanden scílde níet (= niets)
4297 Hine hadde niet twée en dertich jáer
5184 Hine hilt heme níet over bedrógen
Enkele verzen zijn er, waar men nog een derde zware heffing
1) Vs. 513
a
, 1275
a
, 1359
a
, 1583
a
, 2065
a
, 2070
a
, 2155
a
, 2156
a
, 2471
a
, 2787
a
, 3194
a
, 4637
a
,
5294
a.
2) Vg. blz. 64.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentáře k této Příručce