205
eenkomstig beide als onmisbare elementen van het buitenleven en wijdt er br. 29
en 33 aan. Ter toelichting een enkel citaat.
Post br. 33. ‘Toen zagen wij haar in volle
majesteit, hare verblindende stralen
Hirschfeld n
o
. 10. ‘Der ganze Ost
entflammet sich; der Himmel glänzt von
verspreiden. Een vrolijke glans bedekte
einem zitternden Lichte; die
Stirnen der
de
toppen der bergen
, en
het
naast ons
Berge
glühen! über
dem gewölbten
liggend
bosch! De dalen lachten
op hare
Walde
zerfliesst eine liebliche Röthe; und
komst, en nauwelijks was zij verrezen,
weit umher schwimmen schon
die Gefilde
of een milde daauw ging van het veld op:
in einer güldenen Heiterkeit.
Endlich
- de droppelen schudden op de struiken;
erhebt sich dort die Sonne über den
en schenen, toen de Zon ze bestraalde
Horizont herauf, ein wallendes Meer von
zo vele gloeijende diamanten! -
De
Feuer. Ihre Stralen umleuchten alles;
die
weite Schöpfung fühlt ihre Gegenwart
’.
geheele natuur was leven en vreugde
,
Emilia was louter gevoel’.
Nachtelijke stilte.
Hirschfeld handelt in n
o
. 23 van den vrede, dien we 's nachts bij het schijnsel van
de maan genieten kunnen, en van de stille gepeinzen, die de nachtelijke natuur
wekt; in dit verband herinnert hij zich een gesprek, dat hij bij zulk eene gelegenheid
met zijne gastvrouw had. Ook Post houdt veel van nachtelijke gedachtenwisseling,
vooral in de vrije natuur; br. 31 en 36 geven zoo'n gesprek tusschen de twee
vriendinnen weer.
Post br. 31. ‘
de halfverlichte maan
stond,
met eene stille majesteit, in
de helder
Hirschfeld n
o
. 10. ‘So erhob
der Mond
sein Haupt hinter dem dunkeln Wald
blaauwe lucht
, haar kwijnend licht gaf
hervor, und indem er die Spitzen der
eene zagte vrolijkheid aan de geheele
Berge umher, und
die eilende Fluth der
natuur; zij spiegelde zig
in 't beekje
, waar
Aare
versilberte, so stieg er feierlich
langs wij traden; en daarze door de
langsam
am blauen Himmel
hinauf, wo
bevende bladeren henen scheen, vormde
kein Wölkchen die tiefe Heiterkeit trübte.
zij verscheidene vreemde en dikwijls
Die Munterkeit unserer Unterredung
ward
veranderde schijnsels, op de stille
durch das Gefühl so vieler Reitzungen
eenzame paadjens.
Wij zongen een
unterhalten, und durch die Einsamkeit
gestärkt’.
liedje
aan de Maan, zo ik geloof uit haar
[= Emilia's?] eigen hart geboren’.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentáře k této Příručce