Ansel VS211 Uživatelský manuál Strana 294

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 321
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 293
293
niet schijnt te hebben, in verband met
búi
‘bui’ op overneming uit onze taal, al is
úi
phonetisch = hd.
ui.
LUIM. 't Ww.
loenen
ook gron.; z. Molema, ook onder
loens
(
k
). Wangeroog
lûn
‘wenn jemand einem andern grollt und gar nicht mit ihm spricht.’ Nwfri.
lunsk
‘op
geheime wijs’. Terwijl dit in bet. aansluit bij on.
leyna
enz., komt nwfri.
lúmsk
‘slinksch,
listig’, daarin overeen met on.
lymskr.
Delden LULLE vr. ‘speeksel’ (Driem. Bl. 13, 10),
lullen
‘het sp. laten loopen’, vd.
lulzak
‘waterzak eener ouderwetsche pijp’ naast
lullen
‘leuteren’ is als Soest (in
Westfalen)
lüln
‘kwijlen’.
MAAIEN. Saterl.
m
í
ôe.
- Dial.
mat
enz. kunnen de
t
ontleend hebben aan
zwad
,
phonetisch -
t.
Ook maakt de verre verbreiding bij zulk een boerenterm ontleening
minder waarschijnlijk.
MADE. Mnd.
maddik
,
meddik
,
moddik
‘regenworm’. Meng.
maðek
kan dan ook
inheemsch zijn, als is
mawk
(nog dial.) adaptatie van 't on. Verder me. ne.
maddock.
Ook mnd.
a
en
o
wijzen op een suffixvorm met
u
,
e
op een met
i.
Nwfri. naast
maeije
de vormen met dim. suff.
maeik
,
ma
(
e
)
its.
Helgoland
mǭduk
,
mǭdek
f. en (Siebs
Grundr.
2
I § 84) Wangeroog
mãðûk
f., Sylt mōrək < ofri. *
mathok.
Zwitsersch
mettel
‘regenworm’. Westerkwartier mv.
moaten
zeker niet naar het veel zeldzamer enkv.
moat
; misschien geabstraheerd uit een als verklw. opgevat *
moatken
< *
moadeken.
- De
o
van 't mnd. maakt, naast mhd. en Zaansch
a
in ‘mot’, de verbinding met
mot
aannemelijker. Vgl. ben.
mot.
De cons. verhouding tusschen
motte
en
moddik
zou
zijn als tusschen
pitte
(
tt
<
þþ
) en mnd.
peddik
, -
ek
m., welk laatste ook wel één
d
heeft zooals
made.
MAGGELEN. Het Nl.Wb. zegt hiervan alleen: ‘Verg. MOKKELEN.’ Maar onder dat
woord wordt
maggelen
niet genoemd. Misschien zou het daarmee in een of ander
verband zijn gebracht wegens bet. 4 (van
mokkelen
) ‘bezoedelen, bevuilen,
verfrommelen’. Daar wij dus opgaven over geographische en temporale verbreiding
missen, wil ik hier het weinige bijeenbrengen wat mij er van bekend is. Molema heeft
maggelen
‘krabbelen met de pen, slecht schrijven, en ook: niets beteekenende
trekken,
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Zobrazit stránku 293
1 2 ... 289 290 291 292 293 294 295 296 297 298 299 ... 320 321

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře