104
Maen’ een tijd lang in de doos heeft gezeten, maar in 1639 weer vrij was
1)
.
‘Kom jy binnen, sonder blyven;
Ick en wil op jou niet kyven,
David buyr, jy bent een man,
Die geen zonden doen en kan;
Maer ick wil je eer verschoonen,
Want je ginght jou goetheyt toonen,
Doe je lest na Wtrecht voer
Op de Hof-stee by jou moer,
Om het staegh verwijt te mijen,
Dat je 't Bataviersche vrijen
Liever op 't Toneel liet sien
Als het spel van Messalien.’
‘David buyr’ is David Sens (Unger), dien wij reeds besproken hebben; hij maakt het
zestal Schouwburghoofden van 1638-1639 voltallig. Volgens de aangehaalde verzen
heeft hij de voorkeur gegeven aan het vertoonen van Rodenburg's
Bataviersse
Vrijagie-spel
boven Vondel's
Messalina
2)
, en is, om de praatjes daarover te ontloopen,
een poos buiten bij zijne moeder gaan logeeren. Het zoo even genoemde drama
van Rodenburg was in 1616 uitgekomen en in 1622 en 1634 herdrukt; den 16
den
Sept. 1638 werd het voor het eerst in den Schouwburg vertoond
3)
. De geschiedenis
van Vondel's treurspel
Messalina
wordt uitvoerig meegedeeld door Brandt
4)
. Het
stuk had het
1) In de
Amsterdamsche Maneschijn
(1639) zegt Tengnagel van een meisje:
‘Want sy is als Bloemers Bloemen,
Die met niemand willen gaen,
Of hy moet syn Mantel mengen
Om en om met zyde pluys,
Anders mach haer niemand brengen
Van de Schouburgh na haer huys,
En dat weet de stoute stryer,
't Broertje van de Volle Maen,
Daerom komt de grage Vryer
Met syn Fulpe mantel aen,
Doch hy mach nou wel wat proncken,
Want hy sit niet in de muyt,
En hy drinckt hem niet meer droncken,
Daerom gaet hy oock weer uyt.’
Muyt
= afgesloten ruimte, (vogel)kooi.
2)
Den 17
den
Sept. 1638 werd, volgens de ‘Rekeningh van de nieuwe Schonburgh’, het ‘rolleeren’
van Rodenburg's spel betaald, den 1
sten
Nov. dat van de
Messalina
3) Vgl. Wybrands, t.a.p., blz. 256.
4) In zijn
Leven van Vondel
, uitgegeven door E. Verwijs, 1866, blz. 55-57.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentáře k této Příručce