85
wat hoveerdigh’, is Willem Dircksz. Hooft (1594-1658). Glazenmaker en glasgraveur
van beroep, was hij in 1622 met de
Jan Saly
als kluchtspelschrijver opgetreden en
had zich later met
Door-trapte Melis
(1623),
Andre de Piere
(1628),
Stijve Piet
(1628)
en de
Heden-daegsche Verloren Soon
(1630) op letterkundig gebied onderscheiden.
Zijne stukken werden zoowel op de Brabantsche kamer, als op de kamer
In Liefd'
Bloeyende
en op Coster's Academie gespeeld en hadden succes. In 1635 was hij
hoofd der kamer
In Liefd' Bloeyende
1)
, die zich in 1632 met de Academie had
vereenigd, en het was dus niet vreemd, dat de Amsterdamsche magistraat, op
voordracht van de regenten der beide Godshuizen, hem in 1637 koos tot een der
hoofden van den pas opgerichten Schouwburg. Dat ambt heeft hij bekleed van 1637
tot 1642, 1644 tot 1647 en 1651 tot 1653. - Als 6
de
wordt in het lijstje bij Wybrands
Simon Engelbrecht genoemd (1606-1671). Hij was te Aken geboren, maar werd
koopman te Amsterdam. Engelbrecht stelde veel belang in het tooneel, was een
vriend van den dichter Krul en in 1637, van 1642 tot 1644 en van 1667 tot 1671
regent van den Schouwburg. Hij heeft in 1646 Krul's
Tirannige liefde
, vertaald naar
L'Amour tyrannique
(1638) van George de Scudéry, uitgegeven en schijnt ook zelf
tooneelstukken uit het Fransch te hebben vertaald
2)
. In het laatst van zijn leven kreeg
hij het te kwaad met de leden van ‘Nil Volentibus Arduum’, die hem beschuldigden
van intrigeeren en dat wel tegen hen, onnoozele lammeren. Hevige aanvallen had
Engelbrecht van hen te verduren en nu wordt in één pamflet o.a. van hem gezegd,
dat de vroedvrouw bij zijne geboorte zag, dat door ‘zijn tantvlees alreê slaghtanden
doorquamen’, en in een ander: ‘De man met sijn slagtanden bedeckt sijn bijters soo
1) Zie Dr. J.F. Haverman,
W.D. Hooft en zijne kluchten
,
's Gravenhage
,
H.P. de Swart en Zoon
,
1895, blz. 11, 12.
2) Zie Dr. J. te Winkel,
Bladzijden uit de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde
, blz. 121,
122.
Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 34
Komentáře k této Příručce